(Dit artikel is verschenen in Kerkmagazine juni 2023)
Met een prachtige wadi en het verpachten van grond aan een biologische melkveebedrijf draagt de Oosterlichtkerk in De Bilt bij aan een duurzame samenleving en het behoud van de schepping.
Door Kees Posthumus
Het parkeerterrein achter de Oosterlichtkerk zag er niet uit. Het was een afgekloven vlakte van gebarsten asfalt, scheuren en kuilen, met grote plassen zodra het regende.
Een kerkrentmeester en een actief lid van de Protestantse Gemeente De Bilt stapten naar de gemeente met plannen om de omgeving van de kerk mooier en groener te maken. Bijvoorbeeld met een wadi, een natuurlijke waterbergplaats. Ruim een jaar later, op zaterdag 13 mei, openden twee wethouders de nieuw aangelegde wadi. Bij hevige regenval stroomt het water van de kerk en een naastgelegen flatgebouw de wadi in. Dat ontlast het riool en verbetert de waterstand. Een wadi is een voorbeeld van klimaatadaptatie: aanpassing aan het veranderende klimaat, waar heftige regenval een deel van is. De burgerlijke gemeente De Bilt is actief op het terrein van duurzaamheid. Het plan van de kerk paste precies in het gemeentelijk beleid. Er is op het stadhuis een welwillend oor voor duurzame initiatieven van burgers en bedrijven.
Naar de wadi
Aad van der Meer is diaken van de Oosterlichtkerk, een Groene Kerk, en lid van de commissie duurzaamheid. Betrokken, deskundig en optimistisch trekt hij de groene kar.
Van der Meer: “Rond de wadi staan vijftienhonderd inheemse planten, besdragend, in een uitgekiende combinatie die verschillende soorten vogels en insecten aantrekt. Met de vijf nieuw geplante inheemse bomen erbij wordt het hier een mini-bos. Als deze planten straks tot wasdom komen, wordt dit een groene oase in de wijk.
Een wadi is een grote, gegraven kuil. Tijdens overvloedige regenval vult regenwater van kerk en flatgebouw via poreuze pijpen de wadi. Dat voorkomt dat schoon water het riool instroomt en dat het riool overbelast wordt. Op het resterende deel van de parkeerplaats is asfalt vervangen door waterdoorlatende bestrating. Ook het water dat hier valt, stroomt door drainage de wadi in.”
De wadi heeft de kerk geen cent gekost. De gemeente De Bilt vroeg subsidie aan bij provincie en waterschap. Als bonus legde de gemeente verlichting aan, vernieuwde ze de verouderde riolering onder het terrein en zorgde ze voor mooi, nieuw en biodivers groen in de borders langs de kerk.
Vanaf de wadi zijn de tachtig zonnepanelen op het dak van de kerk niet te zien. Jammer, vindt Van der Meer. Hij zag liever dat voor iedereen duidelijk was dat de kerk zich inzet voor duurzaamheid. Hoor, hoe zijn groene hart enthousiast klopt.
Ruig maaien
Bij een kop Fair Trade koffie praten we verder, in de gastvrije, mooi ingerichte ‘foyer’ van de ingrijpend verbouwde kerk. In De Bilt sloten drie wijkgemeenten de afgelopen jaren hun deuren. In de vierde, verbouwde kerk vormen zij een nieuwe, gezamenlijke gemeente met de naam Oosterlichtkerk.
Bij de Protestantse Gemeente De Bilt hoort ook de Dorpskerk, een gemeente die zich rekent tot de Gereformeerde Bond. Samen vormen deze twee kerken de Protestantse Gemeente De Bilt, die een goed functionerende diaconie hebben. Van der Meer: “Onze diaconie bezit al sinds decennia vanuit een legaat twee grote stukken land van ieder zes hectare, die we hadden verpacht aan twee reguliere boeren. Het werd behandeld als normale weidegrond: geïnjecteerd, ruig gemaaid zonder oog voor de weidevogels, kunstmest er op, standaard raaigras.
Sinds vijf jaar zijn wij actief bezig om Groene Kerk te worden, drie jaar geleden werden wij het officieel. Daarbij licht je je kerk door, van de koffie die je drinkt tot de manier waarop je belegt. Onze diaconie is niet onbemiddeld. Het geld dat we niet gebruiken hebben we via de Stichting Kerkelijke Gelden belegd bij sociale organisaties. Sinds 2020 kijken we nadrukkelijk naar groene doelen als er geld vrij komt. Ook in het beheer van de pachtgronden willen we duurzaam handelen. Met de gangbare boeren die ons land pachten zijn wij in gesprek over een meer duurzame aanpak. Meer natuurbeheer, meer aandacht voor grutto en kievit, akkerranden.”
Het erf op
Een jaar geleden kwam een van de stukken grond vrij. De boer had het niet langer nodig. Zo ontstond de gelegenheid om zes hectare grond opnieuw te verpachten aan boeren met een meer duurzame bedrijfsvoering. Veel kerken verpachten hun grond bij heruitgifte aan de hoogste inschrijver. Dat is een keuze, je kunt ook behoud van de schepping als criterium kiezen. De Oosterlichtkerk sloeg bewust deze nieuwe weg in. Verschillende mogelijkheden werden onderzocht, zoals een biologisch volkstuinencomplex voor Utrecht- Overvecht en een voedselbos. Naast praktische problemen, zoals het geldende bestemmingplan, besloot de diaconie een minder langlopende oplossing te kiezen. Zo stellen ze hun opvolgers niet voor voldongen feiten. Van der Meer: “Ik wist dat er in dat gebied twee biologische bedrijven waren. Op een dag ben ik gewoon het erf op gefietst. De boer kwam naar buiten en ik zei: ‘Goedemorgen, ik ben Aad, heb je een kwartiertje voor me? Ik ben van de protestantse diaconie in De Bilt en wij hebben zojuist zes hectare landbouwgrond vrij gekregen uit pacht. Wij zoeken er een duurzame bestemming voor, hebben jullie interesse?’. Alles viel uit hun handen, ik kwam als door de Heer gezonden. Lang verhaal kort: er werd gepraat en we werden het snel eens. Op 1 januari 2023 is het nieuwe pachtcontract ingegaan.”
Kaas en melk
Tijd om te vertrekken, in een leenauto van MyWheels, richting pachtgronden. Ten noorden van de stad Utrecht strekt zich een groot weidegebied uit. In een weiland van de kerk hield Van der Meer afgelopen zondag een tienerdienst, waarin hij vertelde over de duurzame plannen van de diaconie.
Een half uur later zitten Aad en ik aan de lunch in boerderij De Bonte Parels van Rutger en Christianne Hennipman. Op tafel staan kazen en melk van eigen koeien, stoer brood van de Veldkeuken, heerlijke jam. En als toetje: koewark, hun eigen kwark. Rutger: “Toen Aad het erf opstapte, dacht ik: weer zo’n klant die niet op het bord kijkt wanneer we open zijn. Maar goed, we zijn beleefd en gastvrij. Nadat hij verteld had waarvoor hij kwam, was hij direct welkom voor een bakkie koffie. Kijk, op zich hebben wij land genoeg voor het gras waarmee we onze koeien voeren. Punt is dat wij hier in een ganzenrustgebied zitten. Ganzen mogen hier onbeperkt eten en dat doen ze: jaarlijks tien tot twintig procent van ons gras. Voor de schade die zij veroorzaken worden wij gecompenseerd. Maar voor het voeren van onze koeien is in de markt te weinig geschikt gras te koop, zeker na de droge zomers van de afgelopen jaren. De hoge vergoeding helpt niets, als je er geen gras voor kunt kopen.” Christianne: “Het lukte maar niet om geschikte grond te pachten. Er was zelfs een jaar dat wij vijftien koeien weg hebben gedaan, om genoeg goed voer te hebben voor de andere. Soms waren we de wanhoop nabij. Voor ons kwam het aanbod om te pachten van de kerk ‘letterlijk als een geschenk uit de hemel’.”
Diakenen
Pachten van de kerk voelt ook goed, omdat Rutger en Christianne christen zijn. Zij zijn lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Zeist en samen diaken-echtpaar. Rutger: “Als je gelooft dat we de aarde van God in beheer gekregen hebben, kun je niet voor het snelle geld gaan. Het is gemakkelijk om het weiland in een keer strak kort te maaien. Maar wat zeg ik dan tegen mijn zoon als hij vraagt hoe een kievit er uit ziet? Onze manier van boeren is een manier om invulling te geven aan ons geloof.” Christianne: “Het is simpel. Als je op zondag belijdt dat God Schepper is van hemel en aarde en jou de verantwoording gaf voor de aarde, dan geldt dat ook wanneer ik op maandag met mijn laarzen in de stront sta. Dan is God dezelfde God en ben ik nog steeds de christen die vanuit mijn geloof wil leven en werken.”
Hier aan tafel wordt het gesprek gevoerd dat overal gevoerd zou kunnen worden om burgers en boeren, gangbare en biologische boeren dichterbij elkaar en dichter bij de natuur te brengen.
De wei in
Na de lunch lopen we door de stallen en naar de wei, waar tientallen bonte dames tevreden staan te grazen. Bij De Bonte Parels worden de runderen bij hun naam genoemd, niet bij hun nummer. De drie zonen Hennipman helpen nieuwe namen bedenken. Net als de kinderen van de veertig tot vijftig schoolklassen die jaarlijks het bedrijf bezoeken, om te leren waar het voedsel vandaan komt. Rutger: “Daarginds staat ons olifantengras, een rietsoort die ongeveer vierenhalve meter hoog wordt. We maaien het en maken er grote balen van om de potstal in te strooien. Het neemt veel koolstof op, een goed gewas. Je krijgt er prachtige mest van. Zolang het niet gemaaid is, leven er reetjes en allerlei vogels in.” Christianne: “Klaver groeit door stikstof uit de lucht te halen. Fascinerend mooi, hoe onze Schepper dat bedacht heeft. Klaver zet het om in eiwitten en als een koe iets nodig heeft, is het eiwit. Zo wordt klaver onze krachtvoerbron. Twee keer per jaar zaaien we met onze eigen machine een zaadmengsel met klaver, chichorei, smalle weegbree, luzerne. Dat groeit allemaal tussen het gras, heel biodivers. De planten met een diepere wortel helpen de andere aan water in tijden van droogte.”
Gangbare boer
De andere helft van de protestantse pachtgronden van De Bilt blijft voorlopig verpacht aan de gangbare boer, met reden. Van der Meer: “De groene diehards in onze kerk vinden dat we moeten breken met deze boer, om de grond te verhuren aan een meer duurzaam bedrijf. Dat gaat mij te ver, er bestaat ook nog zoiets als rechtvaardigheid. Ik vind dat we als kerk rechtvaardige, betrouwbare verpachters moeten zijn. Je kunt niet zomaar harde eisen gaan stellen en de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Je kunt wel in gesprekken je wensen op tafel leggen om over te schakelen naar een meer duurzame, natuurgerichte aanpak. Wij zullen nooit een bedrijf dwingen om biologisch te gaan werken. Wel zijn er allerlei andere mogelijkheden: vogelvriendelijke maaischema’s, bloemrijke akkerranden. Van binnen naar buiten maaien, zodat dieren weg kunnen vluchten en niet verhakseld worden. Ik kies liever de geleidelijke weg via het gesprek met de andere pachter.”
Met duizenden hectares landbouwgrond in bezit kunnen kerken een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame landbouw. Het gesprek hierover komt aarzelend en nog moeizaam op gang, aangezwengeld door organisaties als GroeneKerken en A Rocha.
Wie wil weten hoe goed het voor beide partijen kan werken, hoeft alleen maar langs te gaan bij de Oosterlichtkerk, naast de wadi, en bij De Bonte Parels, aan de Korssesteeg 3, Westbroek. De winkel met producten van eigen boerderij is open op vrijdag en zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur.