(Redactionele bijdrage door TriaCon, Zwolle)
Vrijwel iedere kerkgemeenschap die gebruik maakt van veelal grote gebouwen voor hun bijeenkomsten, staat op dit moment voor een groot dilemma. “Hoe houden we onze kerk warm en aangenaam voor onze bezoekers met de alsmaar stijgende energieprijzen.
Nederland telt ongeveer 5000 kerkgebouwen die als zodanig in gebruik zijn, waarvan ongeveer 50% aangemerkt is als monumentaal. Daarbij is er ook nog een groot aantal nevengebouwen die bij de kerk horen zoals een zalencentrum en pastorie. De impact van de energiecrisis voor gebouwen op technisch niveau maar zeker ook maatschappelijk kan zeer groot zijn. Wat als de kosten niet meer op te brengen zijn? Wie betaalt de rekening?
Wat zijn de risico’s als een gebouw minder of helemaal niet meer word verwarmd of gebruikt.
Gebouwen die minder worden verwarmd of waar de verwarming helemaal wordt teruggedraaid krijgen te maken met andere bouwfysische invloeden. Veel heeft te maken met het klimaat in het gebouw en bijkomende negatieve effecten zoals condensatie, gebrekkige ventilatie en daarmee kans op aantasting van allerlei onderdelen in het gebouw. Hierdoor treedt er degradatie of verval op van bijvoorbeeld houten of steenachtige onderdelen. Te denken valt hierbij aan schimmelvorming, houtrot, zwam, etc. De kans op een ongezond binnenklimaat neemt dan toe. Bovendien, een te lage temperatuur en te hoge luchtvochtigheid kan leiden tot grote schade aan met name een orgel. Om inzicht te krijgen in te nemen maatregelen, kosten, besparing en wat wet- en regelgeving zijn, zetten we alles op een rij.
Is een kerk (bijeenkomstfunctie binnen bouwbesluit) labelplichtig?
Ja. Bij nieuwbouw moet de kerk en nevengebouwen voldoen aan de BENG eisen (wat staat voor ”Bijna Energie Neutraal Gebouw”).
Nee. Wanneer een gebouw in gebruik is voor erediensten en/of religieuze activiteiten, en wanneer de gebouwen vallen onder de monumentenwet ofwel in de provinciale of gemeentelijke verordening.
Omgevingsvergunning nodig bij verduurzaming?
Wanneer een gebouw is aangemerkt als monument, of valt onder de eerdergenoemde verordeningen maar ook onder beschermd stads- en dorpsgezicht dan is er bijna altijd een omgevingsvergunning nodig wanneer er bouwkundige ingrepen gepland staan. Voor overige gebouwen kan het zijn dat werkzaamheden vrijgesteld zijn of dat een melding voldoende is. Wanneer er een vergunning nodig is wordt verwezen naar de regels uit het bouwbesluit die zijn op te delen in: ‘Bouwkundig’ en ‘Installaties’. Er worden namelijk eisen gesteld aan gezondheid, energiezuinigheid en milieu. Deze regels gelden voor bestaande gebouwen, nieuwbouw, gehele of gedeeltelijke verbouw en tijdelijke bouw.
Een relatief nieuw geldend artikel in het bouwbesluit (artikel 3.3a) betreft het duurzaam instellen van installaties. Voorbeelden zijn dat verwarmingssystemen goed moeten zijn gedimensioneerd, en de capaciteit of de energievraag moet zijn afgestemd. Daarnaast zijn er eisen gesteld aan de ventilatiesystemen.
Tot zover de regels, maar waar te beginnen?
Omdat de gebouwen divers zijn in ouderdom, bouw, uitvoering en gebruik is er altijd maatwerk nodig dat volgt uit een inventarisatie van de huidige situatie van het gebouw. Dit geldt voor uitvoering van de thermische schil (dak, gevels en vloeren), samenstelling van bouwkundige elementen (materiaalgebruik, installaties voor gas, elektrische onderdelen, ventilatie), maar ook inventaris (orgel, muziekinstrumenten). Maar ook zeker van belang is de intensiteit van het gebruik.
Maatregelen en rendement
We noemen hier drie mogelijkheden om besparingen te realiseren.
1) Met relatief eenvoudige maatregelen kan de besparing al oplopen tot 30% van de energiekosten. Dit zijn de “quick-wins” van conserveren en onderhoud:
2) Met een stap verder, repareren, vervanging en extra maatregelen in de schil van het gebouw kunnen al hogere besparingen worden behaald.
3) De laatste stap bestaat uit het vernieuwen, verduurzamen of verbeteren van de bestaande situatie waarbij het gehele gebouw moet worden bekeken de meest optimale uitvoering. Deze laatste stap betekent vaak een grotere financiële investering en ingrijpende maatregelen in de bouwkundige schil en installaties.
Te denken valt aan:
Hoe gaan we dit betalen?
Uiteraard verschillen de mogelijkheden per situatie. In het algemeen is het goed om te kijken naar de volgende opties.
Mogelijke subsidies of duurzame leningen
De eerste subsidies die we in dit verband aandragen is: Investeringssubsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA). Voor wie? De doelgroep eigenaren van maatschappelijk vastgoed is groot en divers, onder andere overige gebouwen met een publieksfunctie, waaronder een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum en nietwoonhuis rijksmonumenten. Let op! Deze subsidie dient u snel aan te vragen. De inschrijving loopt tot 31 december 2022.
Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor zakelijke gebruikers (ISDE) U kunt met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers uw gebouw of te verhuren woning verduurzamen. Dat kan met een warmtepomp en een zonneboiler.
BTW teruggave zonnepanelen Teruggave btw op zonnepanelen: VvE’s, kerken en stichtingen moeten extra opletten. Met de inwerkingtreding van de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) is sinds 1 januari 2020 niet alleen voor consumenten de teruggave van btw op zonnepanelen veranderd, maar ook voor VvE’s en kerken. Duurzame Monumenten-Lening Een Duurzame Monumenten-Lening is een laagrentende lening die wordt verstrekt aan een eigenaar van een rijksmonument die het pand wil verduurzamen.
Waar kunnen wij u mee helpen?
Dit artikel is een redactionele bijdrage van TriaCon BV. Het verscheen in Kerkmagazine, december 2022.
Website: www.triacon.nl